raadpensionaris

mannelijk (de)/ˈratpɛnʃoˌnarɪs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geschiedenis, beroep (geschiedenis) (beroep) titel van de eerste ambtenaar en rechtskundig adviseur van de staten van zowel het gewest Holland als het gewest Zeeland
    Hij had de gewoonte de raadpensionaris en ook anderen te bombarderen met brieven, memories en aanbevelingen, meest over militaire en financiële zaken en over bepaalde aspecten van de buitenlandse politiek.[https://dbnl.org/tekst/_ned017197901_01/_ned017197901_01_0015.php Nederlandse historische bronnen 1], 1979, p.218