raaf
mannelijk/vrouwelijk (de)/raf/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zangvogels) grootste van alle zangvogels, met flinke snavel,Raven worden vaak in een enge context geplaatst.
zelfstandig naamwoord
- (religie) (jodendom) opperrabbijn
- (straattaal) man die een geloofsgemeenschap leidt
Etymologie
*[B] via "רב" (rav) van "רב" (rav) "rabbi", in de betekenis van ‘opperrabbijn’ voor het eerst aangetroffen in 1875; de bijbetekenis is mogelijk beïnvloed door de betekenis "zwarte vogel" omdat predikanten vaak zwarte kleding droegen
Vertalingen
Engelsraven
Franscorbeau
DuitsRabe
Spaanscuervo
Italiaanscorvo
Portugeescorvo
Russischворон
Japans渡り鴉, ワタリガラス, 大鴉
Turkskuzgun
Poolskruk
Zweedskorp
Deensravn
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek