raakheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het precies en doeltreffend zijn van een uitbeelding of formulering
    Over een thuiskomst in het berggebied waar zijn villa lag zegt hij: in arduos tollor Sabinos. Geen van de mij bekende vertalingen geeft dit letterlijk weer. Toch kan het niet anders dan zoals de dichter, al in de oudheid geroemd om de "wonderbaarlijke raakheid van zijn formuleringen, het stelt: “naar het steile Sabijnse land word ik getild.” NRC Kees Verheul 21 augustus 1992 [https://www.nrc.nl/nieuws/1992/08/21/geweerschoten-bij-de-villa-van-horatius-de-vertaler-7153526-a368950 Geweerschoten bij de villa van Horatius; De vertaler is gewaarschuwd]

Etymologie

* afleiding van raak