raamkant
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- zijde van een ruimte of gebouw waar de ramen zijn
- zijde van een bank in een vervoermiddel waar de ramen zijnMartha’s vader zit niet op zijn vaste plek, eigenlijk hoort hij aan de andere kant te zitten, naast zijn vrouw, zo zitten ze normaal altijd, de ouders aan de raamkant, hij en Martha ertegenover met zicht naar buiten en de zon in hun ogen.Een man uit India heeft een slapende vrouw die naast hem zat tijdens een vlucht van Washington naar Amsterdam aangerand. Het Deense slachtoffer kon zich volgens het Openbaar Ministerie niet goed verweren omdat ze een slaapmiddel had genomen en aan de raamkant zat.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek