raathoning

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. honing die men direct vanuit de honingraat kan nuttigen
    Op het dienblad stonden kruidenwijn, vruchtenlikeuren, paddestoeltjes, met karnemelk bereide roggekoekjes, raathoning, mousserende en niet-mousserende mede, appels, verse en geroosterde noten en noten met honing.

Vertalingen

Engelssection honey, comb honey