rabbi
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- rabbijn, een joods geestelijk leider
- titel van een joodse geleerde uit vroeger tijd
Etymologie
* Herkomst: Hebreeuws (vernederlandste vorm)
Vertalingen
Engelsrabbi, rebbe
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek