radicaal

mannelijk (de)/ˌradiˈkal/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die de uiterste consequenties van een zienswijze aanvaardt
  2. aanhanger van een politieke partij of beweging die zeer ingrijpende hervormingen beoogt
  3. scheikunde (scheikunde) een molecuul of atoom dat al dan niet geladen kan zijn, maar dat een ongepaard elektron heeft
  4. bewijs van een aanspraak op een bepaald voorrecht, op het uitoefenen van een bepaalde functie enz

Etymologie

* van "radical", in de betekenis van ‘totaal, consequent’ aangetroffen vanaf 1787 Dit gaat weer terug op Latijn "radix" (2e naamval radicis) "wortel, oorsprong".

Vertalingen

Engelsradical, radical, radically
Fransradical
Spaansradical, radical, radicalmente