radiorede
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- lezing die wordt uitgezonden via de radioGildeleider Herweijer kreeg een paar weken later, op 12 januari 1941, met zijn eerdergenoemde radiorede de kans te reageren op de nieuwe concurrent.4 Volgens een verslag van een vergadering van het Technisch Gilde in het NSB-blad Het Nationale Dagblad zou Herweijer een dag na zijn radiorede nog een stap verder zijn gegaan.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek