radiotelefoon
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een radioverbinding die men gebruikt voor het verzenden van persoonlijke berichtenElke keer dat Sybil in Katherine was, had ze hem brieven gestuurd en naar het nummer gebeld dat hij had achtergelaten - met de radiotelefoon op Fairvale kon je niet naar de andere staten bellen - maar ze kreeg nooit gehoor en er kwamen geen brieven terug.De Duitse avonturier werd aan zijn tafel, vlak bij de radiotelefoon, aangetroffen.Zo heeft de Lagonda een extra spiegeltje, waarin Elizabeth vermoedelijk controleerde of haar hoed wel goed zat. Oorspronkelijk had de donkergroene auto ook een radiotelefoon, waarmee de prins naar Buckingham Palace belde.
Vertalingen
Engelsradiotelephone transmitter, radiotelephone
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek