raglan

mannelijk (de)/ˈrɑxlɑn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleding (kleding) mantel waarbij de mouwen tot aan de hals doorlopen, doordat de gewone mouwinzet is vervangen door schuin oplopende naden tussen oksel en hals
    Tobias trok zijn raglan aan, stak het étui zorgvuldig bij zich en, gereed om heen te gaan, wilde hij het licht uitdraaien, toen van de lessenaar de telefoonbel opschrilde.

Etymologie

*(eponiem), van "raglan" genoemd naar de 19e-eeuwse Engelse veldmaarschalk , die door het verlies van zijn rechterarm in de veel baat had bij de grotere bewegingsvrijheid die dit kledingstuk bood, in de betekenis van ‘kledingstuk met speciaal aangeknipte mouwen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1899