ragout
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) een gerecht dat bestaat uit stukjes gesneden vlees, gevogelte of vis in saus.Als voorgerecht maak ik een ragoutje van champignons.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘gerecht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1699
Vertalingen
Engelsragout
Fransragoût
DuitsRagout
Spaansragú, guiso
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek