ragtime
mannelijk (de)/ˈrɛktɑjm/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziek) laatnegentiende-eeuwse Amerikaanse jazzmuziek, die gekenmerkt wordt door syncopische melodie en begeleiding
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘gesyncopeerde dansmuziek’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1919
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek