Rak

onzijdig (het)/rΙ‘k/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verouderd (verouderd) latwerk om als bergplaats te gebruiken
  2. recht stuk vaarwater

Etymologie

*(erfwoord) via Middelnederlands "rac" / "rec" van Oudnederlands "raka" / "rek", in de betekenis van β€˜vaarwater’ aangetroffen vanaf 788