Rak
onzijdig (het)/rΙk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verouderd) latwerk om als bergplaats te gebruiken
- recht stuk vaarwater
Etymologie
*(erfwoord) via Middelnederlands "rac" / "rec" van Oudnederlands "raka" / "rek", in de betekenis van βvaarwaterβ aangetroffen vanaf 788
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek