raket

/raˈkɛt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. militair, ruimtevaart (militair) (ruimtevaart) cilindervormig projectiel dat door een naar achteren gerichte, gecontroleerde ontploffing wordt voortbewogen
    SLS moet de grootste en krachtigste raket ooit worden. In 2024 wil NASA er astronauten mee naar de maan brengen.
zelfstandig naamwoord
  1. sport (sport) (netsporten) steel met daaraan een ovaal raam dat met een net is bespannen, gebruikt om een balletje of pluimpje te kaatsen
zelfstandig naamwoord
  1. plantkunde (plantkunde) benaming voor kruisbloemigen uit het geslacht
  2. plantkunde (plantkunde) benaming voor enkele soorten kruisbloemigen buiten het geslacht die daar gelijkenis mee vertonen

Etymologie

*[C] van "roquette"

Vertalingen

Engelsrocket, missile
Fransmissile
DuitsRakete
Spaanscohete, mísil
Italiaansmissile
Portugeesraquete
Poolsrakieta
Zweedsraket
Deensraket