rammelen
/ˈrɑmələ(n)/
Wat is de betekenis van rammelen?
rammelen betekent: (absol) een geluid voortbrengen of er iets loszit
Betekenis
werkwoord
- (absol) een geluid voortbrengen of er iets loszit
- (seksualiteit) bronstig zijn of paren
- (inerg) een geluid veroorzaken met iets dat loszit
- (erga) uit elkaar ~ door voortdurend gerammel stukgaan
- (ov) door elkaar ~ schudden
- (absol), (figuurlijk) niet in orde zijn
Voorbeelden van "rammelen" in een zin
- De deur rammelt.
- Er werd aan de deur gerammeld.
- Het hele toestel was uit elkaar gerammeld.
- Chang sloot zijn sterke kalligrafenhand als een bankschroef om de arm van de jongen en rammelde hem door elkaar.[http://books.google.nl/books?id=bgfP8KYHey8C&pg=PT127&lpg=PT127&dq=%22rammelde+hem+door%22&source=bl&ots=-fCNd1Yyb9&sig=MrKiU8KnWMC8JBn_ClveBMWfYbk&hl=nl&sa=X&ei=yBR2UqLOOMeWtAb8-YHoCg&ved=0CEIQ6AEwBQv=onepage&q=%22rammelde%20hem%20door%22&f=false Jeffery Deaver (2002), De stenen aap]
- Die hele rechtszaak rammelt.
Etymologie
* In de betekenis van ‘ratelen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1528
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek