rammelkar
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈrɑməlˌkɑr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- gammel voertuig op wielenJa, Lioe-Tsjau had een fiets, een oude rammelkar.
- (Suriname) zelfgemaakte speelgoedwagenHet Kinderboekenweekgeschenk bestaat dit jaar uit een vierkleurenplaajt met diverse „rammelkarren”. (een rammelkar bestaat uit twee olieblikken in een houten frame die Surinaamse jongens maken om’ er op straat wedstrijden mee te houden).
Vertalingen
Engelsjalopy
Fransguimbarde, tacot
DuitsBlechkiste, Klapperkiste, Schrottkarre
Italiaanstrabiccolo, macinino
Zweedsbilskrälle, rishög
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek