ramp
Wat is de betekenis van ramp?
ramp betekent: een grote catastrofale gebeurtenis met ernstige gevolgen
Betekenis
- een grote catastrofale gebeurtenis met ernstige gevolgen
- hellend vlak, springschans
Voorbeelden van "ramp" in een zin
- 'Nederland realiseert zich op dit moment nog niet wat een ramp zich hier in de nacht van zaterdag op zondag heeft voltrokken,' zei hij.
- Hij herinnerde zich niet wie deze wijze woorden had nagelaten of zelfs maar of ze precies zo waren geformuleerd, maar het was het eerste wat hem te binnen schoot toen Oscar overrompelend en verbeten over de ramp vertelde.
Betekenis en uitleg van ramp
Een 'ramp' verwijst naar een ernstige gebeurtenis die vaak grote schade of leed met zich meebrengt. Dit kan zowel een natuurramp zijn, zoals een aardbeving of overstroming, als een menselijke ramp, zoals een groot ongeluk of een crisis.
Het woord 'ramp' gebruik je vaak in situaties waarin er sprake is van een onvoorziene, destructieve gebeurtenis. Het heeft een zware connotatie en wordt meestal geassocieerd met grote gevolgen voor mensen en de omgeving. Denk aan situaties van nood, waar hulp en herstel noodzakelijk zijn.
Voorbeelden
- De overstroming was een ramp voor de inwoners van het dorp, die al hun bezittingen verloren.
- Na de gasexplosie in het appartementencomplex werd de stad geconfronteerd met een ware ramp.
- De pandemie werd door veel mensen als een wereldwijde ramp ervaren, met ingrijpende gevolgen voor de gezondheid en de economie.
Woordoorsprong
Het woord 'ramp' vindt zijn oorsprong in het Middelnederlands en is verwant aan het Duitse woord 'Ramsch', wat verwijst naar chaos of puinhoop.
Veelgestelde vragen over ramp
Wat is de betekenis van ramp?
ramp betekent: een grote catastrofale gebeurtenis met ernstige gevolgen
Hoeveel betekenissen heeft ramp?
ramp heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft ramp?
ramp is een mannelijk/vrouwelijk (de).
Hoe gebruik je ramp in een zin?
Voorbeeld: “'Nederland realiseert zich op dit moment nog niet wat een ramp zich hier in de nacht van zaterdag op zondag heeft voltrokken,' zei hij.”
Etymologie
*Van Middelnederlands: ramp «ramp, ongeluk, toeval, kramp» van *hrampa, vanwaar ook kramp, krimpen, van *(s)kerb(h)- «draaien, krommen, verschrompelen», vanwaar : скербнуть.
Uitdrukkingen
- tot overmaat van ramp — iets wat iets ergs nog erger maakt