Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

ramponeren

/ˌrΙ‘mpoˈnerΙ™(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) ernstig beschadigen
    Het paleis, dat nu met de verkommerde resten van zijn interieur ten dode is opgeschreven, draagt β€” hoe geramponeerd ook β€” veeleer het stempel van echt Nederlandse barok.
    En die stommeling, die Zeehond, ging door, z'n huwelijk te ramponeren en Francientje ging door, Γ‘lle kanten uit te kijken... behalve die ene kant.

Etymologie

*via Middelnederlands "ramponeren" van "ramponer"