randzaak

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bijkomende voorwaarde die nodig is voor het behalen van een resultaat
    Ik kon hier hoofdtrainer worden, maar er speelden wat dingetjes. Geen eigen trainingsveld bijvoorbeeld en andere randzaken. De vraag was: wat wil Fortuna? En zij willen die stap nu ook maken."
    Volgens Vandeweghe leeft bij onze zuiderburen over het algemeen het gevoel dat als de randzaken rondom die vergadering nu wel goed worden geregeld, Waasland-Beveren alsnog zou kunnen degraderen. Volgens Vandeweghe is de club zelf ook nog terughoudend.
  2. storende/afleidende zaken
    Randzaken kon ze er nu niet bij hebben. Ze gaf zichzelf een uitbrander.