rank

mannelijk/vrouwelijk (de)/rɑŋk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een gespecialiseerde stengel, blad of bladsteel voor ondersteuning en hechting
    Die rank zat echt om het hele hek heen gekruld.

Etymologie

#slank, tenger, fijngebouwd

Vertalingen

Engelstwig, slender, slim
Spaansdelgado, esbelto, menudo