rank
mannelijk/vrouwelijk (de)/rɑŋk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een gespecialiseerde stengel, blad of bladsteel voor ondersteuning en hechtingDie rank zat echt om het hele hek heen gekruld.
Etymologie
#slank, tenger, fijngebouwd
Vertalingen
Engelstwig, slender, slim
Spaansdelgado, esbelto, menudo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek