Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
ranonkelstruik
mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) een tot 3 m hoge struik, die oorspronkelijk afkomstig is uit China en Japan. De soort behoort tot de rozenfamilie (). De struik groeit in het wild vooral langs ruige, steenachtige rivierbeddingen, op bergravijnen en eindmorenen. De ranonkelstruik groeit zowel in de volle zon als in halfschaduw
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek