rapsodie
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een muziek of dichtwerk dat contrasterende delen bevat en toch een eenheid vormtJense is geen onbekende in Twente. „Ik heb een lezersorkestverleden”, vertelt de veelzijdige musicus, die in 1966 op verzoek van Andre Kerver (Valerius Ensemble) al eens een stuk componeerde voor een soortgelijk orkest. Het betrof toen Kleine kerstfantasie voor groot orkest. Ook de Oudejaars Potpourri (1997) en de Oudejaars Rapsodie voor piano, orkest en midwinterhoorns (1998) was van zijn hand. De dirigent in die jaren was Jaap van Zweden. „Leuk dat deze reeks nu een vervolg krijgt in Twente.” Tubantia 23-april-2013Voor Rachmaninovs Rapsodie op een thema van Paganini had het orkest de Macedonische meesterpianist Simon Trpceski ingevlogen. Hij bleek de gedroomde vertolker van het tintelend virtuoze stuk. Laverend tussen een zoet walsende liefdesdroom en een grimmig Dies Irae keken orkestleden, dirigent en solist elkaar diep in de ogen. Iedereen op het podium, van de violist op de achterste rij tot de solotrompettist, werd onderdeel van één grote roes. Volkskrant Biëlla Luttmer 23 augustus 2016
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vrije muzikale compositie’ voor het eerst aangetroffen in 1635
Vertalingen
Engelsrhapsody
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek