rare

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈrarə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. pejoratief licht (pejoratief) iemand die vreemd gedrag vertoont
    De tijd dat mensen die er anders uitzagen of anders tegen de wereld aankeken door de goegemeente beschouwd werden als outcasts of ‘die rare’, is voorgoed voorbij.
    'Jullie zijn een stelletje raren geworden hier op IJsland ... iedereen heeft het maar over “onrechtvaardigheid” en “maatschappij”. Het zou geen kwaad kunnen als je uitlegt wat je bedoeld.
  2. kookkunst (kookkunst) (van vlees, in het bijzonder biefstuk) licht gebakken, zodat het van binnen nog bloedrood is
    Ga jij voor doorbakken of rosé? Door te voelen aan het vlees kan je bepalen of jouw biefstukje de juiste gaarheid heeft. Zet je duim en wijsvinger op elkaar en voel aan de muis van je hand. Dit veert nu net zoveel als een biefstuk die rare is.

Etymologie

*[B]: van "rare" "licht gekookt"

Uitdrukkingen

  • een benauwde kat maakt rare sprongen
  • een kat in het nauw maakt rare sprongen