rassentheorie

vrouwelijk (de)/ˈrasə(n)ˌtejoˌri/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. maatschappij (maatschappij) samenhangende gedachten waarin mensen door afstamming kunnen worden ingedeeld in grote groepen met verschillende uiterlijke kenmerken ("ras") en waarin die indeling van belang is voor de manier waarop mensen samenleven
    Onlangs nog kondigde de gemeente Amsterdam aan ‘witte privilege’-trainingen voor ambtenaren in te gaan voeren. Dit alles is onderdeel van een nieuwe ideologische stroming, één met een academische basis in de zogeheten ‘kritische rassentheorie’. Deze discipline, van die racistische grondstructuur dus, is niet onomstreden.
    Angela Saini, gerenommeerd wetenschapsjournaliste voor de BBC, schreef het boek Superieur, een nauwgezette afrekening met de ‘terugkeer van de rassentheorie’. Saini beschrijft hoe vanaf de negentiende eeuw steeds weer opnieuw geprobeerd werd racisme wetenschappelijk te „onderbouwen”.
    Dichter en essayist Ferdinand Vercnocke (1906-1989) was het literaire boegbeeld van het nationaal-socialisme in Vlaanderen. Zo pleitte hij voor volksverbonden kunst en uitte hij zijn bewondering voor de Germaanse rassentheorie.