rassenwaan

mannelijk (de)/ˈrɑsə(n)ˌwan/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. pejoratief (pejoratief) onjuiste opvatting dat je mensen op grond van uiterlijke erfelijke kenmerken kunt indelen in groepen die beter of slechter zijn

Etymologie

*, in de betekenis van “(christelijk) superioriteitsgevoel tegenover de Joodse gemeenschap”, aangetroffen vanaf 1885 (zie vindplaats hieronder)