razen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. heel snel rijden
    De sportwagen raasde met 180 km/uur over de snelweg.
  2. voortbewegen of overtrekken van een natuurverschijnsel dat gepaard gaat met veel geweld en schade veroorzaakt
    Een zuidwesterstorm raast met hevige wind en slagregens over het land.
    Een vloedgolf raast door het kustplaatsje.

Etymologie

* In de betekenis van ‘woeden’ voor het eerst aangetroffen in 1250

Vertalingen

Engelsrace, rage
Duitsrasen