reactor

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. natuurkunde, scheikunde (natuurkunde), (scheikunde) installatie bedoeld om er een fysische, chemische of nucleaire reactie in te doen plaatsvinden
    De derde reactor in Fukusjima had koelwaterproblemen.

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘toestel waarin chemische, fysische of nucleaire reactie plaatsheeft’ voor het eerst aangetroffen in 1950

Vertalingen

Spaansreactor