rebound

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de teruggekaatste bal na een schot op doel
    Losada mikte een vrije trap tegen de lat, maar Fessou Placca (87.) was goed gevolgd om de rebound te verzilveren. de Standaard 04/oktober/2017
  2. bij basketball: het als eerste aanraken van de bal na een mislukte poging om te scoren
    Wade komt over van Chicago Bulls, waar hij zijn contract zondag liet ontbinden. De drievoudig NBA-kampioen kwam het afgelopen seizoen tot een gemiddelde van 18,3 punten, 4,5 rebounds en 3,8 assists. Tubantia Marieke de Ruijter 27-september-2017
  3. effect dat ontstaat door het plotseling stoppen van een medicament
    De onderzoekers denken dat er sprake is van een ‘rebound effect’. Door het wegvallen van de stollingsremmende invloed van aspirine kan de stollingsneiging van het bloed juist toenemen. Dat is waarschijnlijk een klein effect, maar omdat vaatpatiënten massaal aspirine gaan slikken en weer stoppen, is dat kleine effect meetbaar. NRC Sander Voormolen 25 september 2017
  4. time-out voorziening voor leerlingen die door hun gedrag tijdelijk niet meer te handhaven zijn op hun school

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘terugkaatsing’ voor het eerst aangetroffen in 1938

Vertalingen

Engelsrebound