rechten

/ˈrɛxtə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. je lichaamshouding corrigeren
    De mannen rechten hun rug en laten de papieren voor wat ze zijn.
    Hij liep naar voren, rechtte zijn schouders en sprak ons toe.
zelfstandig naamwoord
  1. onderwijs (onderwijs) studierichting aan een universiteit, rechtenfaculteit

Etymologie

* In de betekenis van ‘een rechterlijke uitspraak doen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1289