rechter

mannelijk (de)/ˈrɛxtər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. juridisch, beroep (juridisch) (beroep) persoon die rechtspreekt, persoon die een oordeel velt
    Een van de weinigen die de verslagen heeft ingezien was de Nederlandse rechter Bert Röling, die namens Nederland lid was van het internationale militaire tribunaal in Tokyo.
    In 2002 ging Gil voor de bijl: hij werd door de rechter uit zijn ambt gezet wegens het verduisteren van 400 miljoen euro aan gemeentegelden. [http://www.volkskrant.nl/archief/spaanse-schurk-met-allure~a676029/ www.volkskrant.nl]

Etymologie

[https://books.google.nl/books?id=OZepBgAAQBAJ&lpg=PA151&ots=wyOMG2lTJ8&dq=%22rechter%20gezet%22&hl=nl&pg=PA151#v=onepage&q=%22rechter%20gezet%22&f=false Mijn vaartijd (2004) lulu.com]; ; p. 151;geraadpleegd 2017-04-06

Uitdrukkingen

  • Naar de rechter stappenVanwege een geschil naar de rechter gaan
  • Rechter in eigen zaak zijnOordelen in iets waar men zelf zeer nauw bij betrokken is (≈ Voor eigen rechter spelen)
  • [Voor] eigen rechter spelenIn een kwestie het recht geheel in eigen handen nemen, terwijl men daarvoor niet in de juiste positie is

Vertalingen

Engelsjudge, right
Fransjuge
DuitsRichter, rechts
Spaansjuez, derecho
Poolssędzia
Zweedsdomare, höger