rechterarm
mannelijk (de)/ˈrɛxtərˌɑrᵊm/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (anatomie) de arm aan de overzijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindtDenk ook aan de Zwitserse filosofe Jeanne Hersch die, tijdens een bijeenkomst in 1933 op de Universiteit van Freiburg, zich ineens in een zee van opgejutte studenten bevond die allen hun rechterarm gestrekt hielden terwijl ze het Horst Wessellied zongen.[https://www.nrc.nl/nieuws/2026/01/26/hoe-houden-we-hoop-in-duistere-tijden-tien-vrouwen-in-hun-strijd-tegen-het-kwaad-a4918377 www.nrc.nl (26 jan 2026)]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek