rechthoek

mannelijk (de)/ˈrɛxthuk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wiskunde (wiskunde) een vierhoek met vier rechte hoeken
    Een computerscherm heeft de vorm van een rechthoek.

Etymologie

* In de betekenis van ‘vierhoek met rechte hoeken’ voor het eerst aangetroffen in 1659

Vertalingen

Engelsrectangle
Fransrectangle
DuitsRechteck
Spaansrectángulo
Italiaansrettangolo
Portugeesrectângulo
Zweedsrektangel