record
/rəˈkɔːr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (sport) beste prestatie
- (figuurlijk) als eerste deel van een samenstelling dat aangeeft dat het tweede deel ver boven een verwacht niveau ligt
- (informatica) hoeveelheid bij elkaar behorende gegevens, beschouwd als een logische eenheid (entiteit)
Etymologie
*[3] van "record"
Uitdrukkingen
- Off the record
Vertalingen
Engelsrecord, record
Spaansmarca, récord, récord
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek