recreatieterrein

onzijdig (het)/rekreˈja(t)sitəˌrɛin/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. afgebakend stuk grond zo ingericht dat bezoekers zich er op verschillende manieren kunnen vermaken
    Op een CBS-kaart met de hoeveelheid recreatieterrein per inwoner per gemeente, is goed te zien dat de Rotterdammer er slecht van af komt: die ruimte is in Rotterdam en omgeving het kleinste van het land.
    Toen ze het recreatieterrein waar het dansfeest voor de zevende keer wordt georganiseerd wilde verlaten, waren er geen bussen.