recupereren
/ˌrekypəˈrerə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) (sport) vooral: (wielrennen), opnieuw op krachten komen na grote lichamelijke inspanningMaar je kunt ook niet vier marathons in een jaar rennen. Het lichaam moet kunnen recupereren.
- (ov) afval of iets wat is opgebruikt weer tot iets nuttigs omvormenVolgens een woordvoerder van het Franse automerk zijn de aandrijving, elektromotor en recupererende remmen – die bij het afremmen energie terugwinnen – innovaties afkomstig uit elektrische racewagens.
- (ov) opnieuw in bezit nemen, in beslag nemen omdat men er aanspraak op maaktDaarnaast is het kabinet voornemens in EU-verband te bezien welke mogelijkheden aanwezig zijn om onrechtmatig verkregen vermogen van leden van de voormalige Oekraïense regering te bevriezen en te recupereren.
Etymologie
*via Middelnederlands "recupereren" van "récupérer" (), in de betekenis van ‘terugwinnen, herstellen’ voor het eerst aangetroffen in 1400
Vertalingen
Fransrécupérer
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek