redden

/ˈrɛdə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) actie ondernemen om iets of iemand uit de moeilijkheden te halen
    Hij dacht aan Olive, die wezenlijk van haar moeder verschilde, zo onschuldig, ze leek net een meisje dat bijna verdronk en wilde dat hij haar zou redden, en waarschijnlijk had ze zelf niet door hoe doorzichtig ze was.
    Gelukkig werden ze nog net op tijd gered.
    Als ik geloof dat God mij kan redden, zou ik mezelf in een slachtofferrol manoeuvreren en dat is het laatste wat ik wil.

Etymologie

*van Middelnederlands "redden", cognaat met "rêde", "retten", "rädda" en "redd" "redden, verlossen"

Vertalingen

Engelsrescue, save
Franssauver
Duitsretten
Spaanssalvar, rescatar
Deensredde