reebout

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bovenste dikke deel van de poot van een ree en het daaruit bereide gerecht
    Ondervraging van het keukenpersoneel leert dat de moordenaars zich in het etablissement te goed deden aan een reebout, taart en een paar magnums champagne. de Standaard 20 JUNI 2015 Mark Eeckhaut en Jan Desloover
    De jongens in de keuken hebben het vak nog van de oude Jon Sistermans geleerd en hebben een stevige wildkaart in elkaar geknutseld: patrijs met rauwe zuurkool en walnootmayonaise, gebraden reebout met spruitjes en herfstbock, fazant met bloedworst, eendenlever en kweepeer en op het karkas gebraden hazenrug met schorseneren en chocoladesaus Volkskrant Marcus Huibers 3 november 2016