reep

mannelijk (de)/rep/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een naar verhouding smalle maar lange strook materiaal die ergens van afgesneden of afgebroken is
    Hij sneed het vlees in kleine reepjes.
  2. smalle strook licht
    Ze stapte in de reep licht die door het raam naar binnen viel, en ik kon haar voor het eerst goed zien.
  3. voeding (voeding) in het bijzonder: een langwerpig stuk chocolade
    De rest van de heilige reep knaagde ik in minuscule hapjes gedurende de dag op.
    Zo zat er in elke doos ontbijt, lunch en avondeten, maar ook al mijn snacks, repen en noten voor onderweg en papieren landkaarten voor de volgende etappe, nieuw wc-papier en om de 700 kilometer een paar nieuwe schoenen.

Etymologie

* In de betekenis van ‘smalle strook’ voor het eerst aangetroffen in 726

Vertalingen

Engelsbar, strip
DuitsStreifen, Riegel