Reet
mannelijk/vrouwelijk (de)/ret/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een (soms opengereten) spleet, kierDoordat onze kat er vaak haar klauwen aan aanscherpte, zat die oude leunstoel vol reten.
- (dysfemisme) (vulgair) kont, billen, achterwerk, anushij had die dag een stekende pijn in zijn reet
- (figuurlijk) gebruikt om minachting of afkeer uit te drukkenDe kaartjes voor het feest waren belachelijk duur, maar er was geen reet te beleven.
- (jongerentaal) heel erg, in de vorm "rete-" gebruikt als linkerdeel van samengestelde bijvoeglijke naamwoorden als versterker van het rechterdeelZij heeft echt een retegoed boek geschreven.
- (landbouw) plaats waar het vlas te weken wordt gelegd
Etymologie
*[3] van "reten"
Vertalingen
DuitsRiefe, Riss, Arsch
Spaansculo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek