Reet

mannelijk/vrouwelijk (de)/ret/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een (soms opengereten) spleet, kier
    Doordat onze kat er vaak haar klauwen aan aanscherpte, zat die oude leunstoel vol reten.
  2. dysfemisme, vulgair (dysfemisme) (vulgair) kont, billen, achterwerk, anus
    hij had die dag een stekende pijn in zijn reet
  3. figuurlijk (figuurlijk) gebruikt om minachting of afkeer uit te drukken
    De kaartjes voor het feest waren belachelijk duur, maar er was geen reet te beleven.
  4. jongerentaal (jongerentaal) heel erg, in de vorm "rete-" gebruikt als linkerdeel van samengestelde bijvoeglijke naamwoorden als versterker van het rechterdeel
    Zij heeft echt een retegoed boek geschreven.
  5. landbouw (landbouw) plaats waar het vlas te weken wordt gelegd

Etymologie

*[3] van "reten"

Vertalingen

DuitsRiefe, Riss, Arsch
Spaansculo