reflecteren
/ˌreflɛkˈterə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) (optica) licht of andere golven weerkaatsenHet stille oppervlak van het meertje reflecteerde het beeld van de bergen eromheen.
- (ov) overdrachtelijk een weerspiegeling van iets zijnDie gebeurtenis reflecteert goed de grimmige verhoudingen van destijds.
- (inerg) ~ over de gedachten ergens goed over laten gaan al of niet hardopDe student is bereid eigen ervaringen in te brengen en kan daarover reflecteren.De begrippen ‘normaliserende macht’, ‘strategieën en tactieken’ en ‘logica’s’ kunnen gebruikt worden als denkgereedschappen, waarmee [over] het werk met marginale groepen gereflecteerd kan worden. {{Aut|Rothfusz, Jacqueline
- (inerg) ~ op de gedachten ergens goed op richtenKritisch te kijken naar wie je bent geworden en te reflecteren op de minder fraaie eigenschappen die er in de loop van de jaren zijn ingeslopen.
Etymologie
*afgeleid van het Franse refléter () [https://fr.wiktionary.org/wiki/refléter Wiktionnaire]
Vertalingen
Engelsreflect
Fransréfléchir, refléter
Duitsreflektieren
Spaansreflejar, reflectar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek