reflecteren

/ˌreflɛkˈterə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov, optica (ov) (optica) licht of andere golven weerkaatsen
    Het stille oppervlak van het meertje reflecteerde het beeld van de bergen eromheen.
  2. ov (ov) overdrachtelijk een weerspiegeling van iets zijn
    Die gebeurtenis reflecteert goed de grimmige verhoudingen van destijds.
  3. inerg (inerg) ~ over de gedachten ergens goed over laten gaan al of niet hardop
    De student is bereid eigen ervaringen in te brengen en kan daarover reflecteren.
    De begrippen ‘normaliserende macht’, ‘strategieën en tactieken’ en ‘logica’s’ kunnen gebruikt worden als denkgereedschappen, waarmee [over] het werk met marginale groepen gereflecteerd kan worden. {{Aut|Rothfusz, Jacqueline
  4. inerg (inerg) ~ op de gedachten ergens goed op richten
    Kritisch te kijken naar wie je bent geworden en te reflecteren op de minder fraaie eigenschappen die er in de loop van de jaren zijn ingeslopen.

Etymologie

*afgeleid van het Franse refléter () [https://fr.wiktionary.org/wiki/refléter Wiktionnaire]

Vertalingen

Engelsreflect
Fransréfléchir, refléter
Duitsreflektieren
Spaansreflejar, reflectar