regaal

onzijdig (het)/reˈɣal/

Wat is de betekenis van regaal?

regaal betekent: (muziekinstrument) geheel van rietpijpen aangeblazen met een blaasbalg en bespeeld met een toetsenbord

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muziekinstrument (muziekinstrument) geheel van rietpijpen aangeblazen met een blaasbalg en bespeeld met een toetsenbord
  2. muziek (muziek) een register op een orgel dat de klank van [1] nabootst
  3. koninklijk voorrecht
  4. iets wat als uiting van respect wordt aangeboden, zoals een beleefdheidsgeschenk of een feestelijke maaltijd
  5. meubel (meubel) eenvoudige kast in de vorm van een stellage van horizontale planken tussen staanders, zonder deuren en vaak ook zonder achterwand
  6. verouderd (verouderd) zwavelzuurarsenicum of ander gif gebruikt als middel om knaagdieren te verdelgen

Voorbeelden van "regaal" in een zin

  • Het regaal was in de renaissance en barok een populair instrument.
  • Op het keukeneiland is er een open regaal dat ruimte biedt aan het dagelijks servies. Op andere plaatsen vormen de open regalen als het ware een etalage waar Jeroen zijn persoonlijke spullen een prominente plaats kan geven.

Etymologie

*: via "régal" van Latijn "regalis", in de betekenis van ‘koninklijk’ aangetroffen vanaf 1521

Vertalingen

Spaansreal