regel

mannelijk (de)/ˈreɣəɫ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. letterkunde (letterkunde) een horizontaal stuk tekst op een bladzijde
  2. letterkunde (letterkunde) een vers in een gedicht, versregel
  3. een voorschrift, richtlijn, norm, standaard
    Er waren maar drie regels in haar Hippie Daycare: iedereen moest een Hawaii shirt aan tijdens het verblijf in haar tuin, je kon tegen een
  4. bouwkunde (bouwkunde) een houten lat of rib van een bepaalde afmeting
    zullen we vandaag het regelwerk aanbrengen, Jan?Dan kunnen we daar morgen de gipsplaten op vastzetten
  5. afspraak; regeling
    Maar pas in 1868 ontstond de vertrouwensregel, een regel van ongeschreven Staatsrecht waardoor de ministeriële verantwoordelijkheid echt betekenis kreeg.
    Alleen dan kan namelijk tot een objectieve regel worden gekomen, vrij van persoonlijke inkleuringen.

Etymologie

*Ontleend aan het Volkslatijnse *rẹgọla, klassiek regula ("lat, regel").

Uitdrukkingen

  • in de regel
  • geler, gerel

Vertalingen

Engelsline, line, rule
Fransligne, ligne, règle
DuitsZeile, Zeile, Regel
Spaanslínea, línea, pauta
Russischстрочка, правило