regeling

vrouwelijk (de)/ˈreɣəˌlɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het in orde brengen, het geregeld worden of zijn
  2. geheel van voorschriften
  3. een combinatie van afspraken voor een bepaalde groep, schikking
    Ook al was het waar dat in de regel de algemene maatregelen dienden om wetten uit te voeren, de regering kon niet toegeven dat daar waar de wet ontbrak de koning altijd en onvoorwaardelijk onbevoegd zou zijn om een algemene regeling in te voeren.
    („) De wet van 26 april 1852, 'houdende regeling der afkondiging van algemeene maatregelen van bestuur' Het wetsvoorstel waarin de wijze van afkondiging van algemene maatregelen van bestuur werd geregeld leek een goede mogelijkheid om voor eens en altijd duidelijkheid te verschaffen over de maatregelen.
    Gelukkig is er een regeling voor subsidie aan jonge gehandicapten.

Etymologie

* van regelen

Vertalingen

Engelsregulation, adjustment, arrangement
Spaansacuerdo, arreglo, construcción