Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
regenboogpitta
mannelijk/vrouwelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zangvogels) een vogelsoort uit de familie van pitta's (Pittidae). De regenboogpitta is 15 tot 18 cm lang en heeft een zwarte borst en kop. De vogel heeft een roodbruine, dubbele kruinstreep (links en rechts) en lijkt verder sterk op de Australische pitta
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek