regenbroek
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- broek die tegen de regen beschermtOver mijn donsjas had ik mijn regenjas aangetrokken en ik lag met een regenbroek plus legging in mijn slaapzak te bibberen van de kou.Grote of kleine druppels, uiteindelijk word je natuurlijk van allebei nat en kan je het beste de komende tijd gewoon die regenbroek bij je hebben.
Vertalingen
Engelsprotective trousers
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek