regenen
/ˈreɣənə(n)/
Wat is de betekenis van regenen?
regenen betekent: (onpr) (meteorologie) het vallen van neerslag in de vorm van waterdruppels
Betekenis
werkwoord
- (onpr) (meteorologie) het vallen van neerslag in de vorm van waterdruppels
- (erga) (figuurlijk) in grote aantallen neerkomen, in grote hoeveelheden gegeven of uitgedeeld worden
Voorbeelden van "regenen" in een zin
- Het zal snel gaan regenen.
- Het was al jaren kurkdroog geweest in Californië, dus ik kon mijn ogen niet geloven toen het opeens uit het niets begon te regenen.
- Het regent in de Mojave zo zelden dat de slapende zaden soms pas na een aantal jaar ontkiemen.
- De vuistslagen regenden op zijn lichaam.
- Het regent complimentjes.
Etymologie
*afgeleid van regen
Uitdrukkingen
- Het regent dat het giet. — Het regent hard
- Het regent pijpenstelen. — Het regent hard ("in rechte stralen")
Vertalingen
Engelsrain
Franspleuvoir
Duitsregnen
Spaansllover, lluvia
Italiaanspioggia
Portugeeschuva
Russischдождь
Chinees雨
Japans雨
Koreaans비
Arabischمطر
Turksyağmur yağmak
Poolspadać
Zweedsregna
Deensregne
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek