regeringsleider

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. regering (regering) de belangrijkste persoon van een regering
    Tijdens de top met regeringsleiders konden belangrijke beslissingen genomen worden.
    Eric kon de analyse van de subjectieve aspecten in zoverre volgen dat, in alledaagser taalgebruik, de regeringsleider Kosygin bepaald geen idioot was, maar dat de partijleider Brezjnev zonder twijfel een idioot was, maar helaas ook degene die de hoogste politieke macht in handen had.