registratuur

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. officiële inschrijving in een register
  2. dat wat in een register is opgenomen
    Goed, hoe zat het met de tweede vraag van de Deense collega's? Was er de laatste tijd een voorbeeld geweest van een inbraak in een militair wapendepot in Zweden die associaties opriep met terrorisme? Toen hij de registratuur raadpleegde ontdekte commissaris Folkesson dat het antwoord op die vraag een onvoorwaardelijk ja was.

Etymologie

* afleiding van (nomact) registreren