reiken

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ~ naar: de armen uitstrekken tot iets
    Hij reikte naar de pot die op de hoogste plank stond maar kon er net niet bij.
  2. ~ tot (aan): werkzaam of aanwezig zijn tot een bepaalde grens
    Het verspreidingsgebied van de lepelaar reikt in het uiterste noordwesten tot aan Nederland.

Etymologie

* In de betekenis van ‘(de hand) uitstrekken naar’ voor het eerst aangetroffen in 1265

Vertalingen

Engelsreach, reach
Spaansestrechar