reisapotheek
vrouwelijk (de)/ˈrɛisapoˌtek/
Wat is de betekenis van reisapotheek?
reisapotheek betekent: handzame verpakking van een verzameling geneesmiddelen die je tijdens een tocht misschien nodig zou kunnen hebben
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- handzame verpakking van een verzameling geneesmiddelen die je tijdens een tocht misschien nodig zou kunnen hebben
Voorbeelden van "reisapotheek" in een zin
- Leg een klein reisapotheekje aan. Even het noorden kwijt over wat je allemaal mee moet nemen? Vraag dan raad bij je apotheker.
- De dag van de terugvlucht kwam naderbij maar zijn klachten werden niet minder. In mijn reisapotheek had ik een middel dat ik voorgeschreven heb gekregen van mijn internist voor soortgelijk ongemak.
- Van alles wat is er te vinden op de kunst- en antiekveiling 20 september bij Glerum: etnografica, aziatica, juwelen, zilver, porselein, aardewerk, glas, klokken, meubelen en `varia', waaronder 19de-eeuwse mahoniehouten reisapotheken, een `likeurkelder' en een lief bronzen ezeltje.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek